Infrastructuur

Klassieke waterstaat

De aanleg, het beheer en het gebruik van infrastructuur is in Nederland van oudsher het onderwerp van het klassieke waterstaatsrecht. Wegen, bruggen, waterkeringen, sluizen, wateren, spoorwegen, tramwegen, kabels en leidingen voor telegrafie en telecommunicatie werden rond 1900 allemaal gerekend tot de waterstaatswerken (zie parlementaire geschiedenis van de Waterstaatswet 1900). Vandaag geldt de Waterstaatswet 1900 nog steeds, maar wordt onder de daarin geregelde waterstaatswerken nog slechts de wegen en bruggen begrepen. De infrastructurele kant van het waterbeheer is opgegaan in de Waterwet. Het beheer van spoorwegen is in een concessiesystematiek opgenomen in de Spoorwegwet en op decentraal niveau is het onderwerp afzonderlijk geregeld in de Wet lokaalspoor. Telecommunicatie en kabels en leidingen vallen buiten het waterstaatsrecht in andere wetgeving. En de nieuwe energieinfrastructuur is geregeld in de Elektriciteitswet 1998.

Waterstaatswerken en Wetgevingswerken

Wetgevingswerken is een toespeling op het begrip waterstaatswerken. De eerste wetgeving waarmee ik te maken kreeg als beginnend wetgevingsjurist, was de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterstaatswet 1900 en de Wegenwet. De Wbr was een heel kort wetje die Rijkswaterstaat in staat stelde openbaar gezag uit te oefenen over de wegen, wateren en waterkeringen die het in beheer heeft, ongeacht de eigendomssituatie. Dat wil zeggen dat voor bijzonder gebruik een vergunning vereist is en overtredingen van die regel met bestuursdwang of straffen gehandhaafd kon worden.

Openbare wegen

De Wegenwet is een oude wet die opmerkelijk duurzaam is gebleken. Voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat was ik betrokken bij de totstandkoming van het advies van de Commissie van Advies inzake de Waterstaatswetgeving over de Wegenwet. Later adviseerde ik als advocaat bij AKD in Rotterdam over vragen rond de Wegenwet, wegenleggers en het beheer van openbare wegen. Ook bij Wetgevingswerken adviseerde ik de Provincie Zuid-Holland en het Kadaster over vragen rond de wegenlegger en het beheer van openbare wegen en vaarwegen.

Aanleg en wijziging van infrastructuur

De aanleg en wijziging van infrastructuur is na 2008 ingrijpend gewijzigd. Ik werd lid van de Juridische Taskforce waarin juristen van Verkeer en Waterstaat en het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu samenwerkten om de adviezen van de Commissie versnelling besluitvorming infrastructurele projecten (Sneller en Beter) te implementeren in de Spoedwet wegverbreding en de Tracéwet. De Wet versnelling besluitvorming wegprojecten was het eerste resultaat. Aanvankelijk omstreden maakte deze wetgeving de Spoedaanpak mogelijk waarmee ruim dertig infrastructurele projecten, soms na jarenlange vertraging, versneld konden worden uitgevoerd. Deze wet vormde ook de inspiratie voor een bredere herziening van wetgeving om in tijden van crisis meer infrastructurele en ruimtelijke projecten, ook op decentraal niveau, versneld uit te kunnen voeren. Het resultaat was de Crisis- en herstelwet.

Infrastructuur en Omgevingswet

De Omgevingswet is geboren uit de intentie om de wijzigingen die ad hoc en piecemeal werden aangebracht in tijden van spoed en crisis, te consolideren in een breed maar eenvoudig wettelijk kader waarin de waterstaat en volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu samenkomen. In de Omgevingswet komen ook de droge en natte waterstaat die in de Waterwet gescheiden werden opnieuw bij elkaar in één wetgevingswerk. Infrastructuur speelt daarin een belangrijke rol.

Meer weten?

Neem contact op.